Naam
Mansholt’s Kortstro Groene
Ouderdom
1886
Omschrijving
Mansholt’s Kortstro Groene is een zoete doperwt. Het is een stamdoperwt: dat betekent dat de plant relatief laag blijft (ca. 70 cm). De peulen zijn kort en stomp met ca. 6 ronde, gladde zaden per peul.
Geschiedenis
In 1876 kocht Jochum Helmer Mansholt – telg uit de bekende Groninger Mansholt familie – een boerderij in de Groningse Westpolder. Daar begon hij met het veredelen van landbouwgewassen. Het veredelingsbedrijf, later voortgezet door opvolger Rijpko Jan, richtte zich niet alleen op granen, maar ook op tuinbonen en erwten. Mansholt’s Plukerwt, Mansholt’s Corona, Mansholt’s Dik Trom – het zijn een paar voorbeelden van de nieuwe erwtenrassen die het bedrijf ontwikkelde.
Jochum Helmer selecteerde in 1886 de Mansholt’s Kortstro Groene erwt, en bracht deze in 1894 op de markt. Al snel kreeg de erwt een goede reputatie, vanwege het ontbreken van springers (langere planten). Het ras werd veel geteeld in Nederland. Het was namelijk een plant “welke bij een regenbui niet dadelijk plat tegen den grond slaat”, volgens zoon Rijpko Jan.
Teelt
- Voorzaaien (binnen)
Zaai de erwtjes van half februari tot half april. Stop drie erwtjes in een P9-potje. Plant ze uit vanaf begin april. Je hoeft de drie plantjes niet uit elkaar te halen, maar kunt ze als geheel uit het potje halen en in één keer planten. - Direct zaaien (buiten)
Zaai de erwtjes vanaf maart in rijen in de volle grond, op 3cm diep, 3 cm van elkaar met een rijafstand van 60 cm. - Oogsten
Oogst de erwtjes vanaf eind juni, als de peulen donkergroen zijn en aan weerszijden van de naad opbollen. - Oogsten voor wintervoorraad of zaadgoed
Laat de erwtenplanten staan tot de peulen bruin en droog geworden zijn. Oogst de erwten en laat ze nog even nadrogen in huis, tot ze keihard zijn. Doe ze ca. een week in de diepvries om de aanwezigheid van eventuele bonenkevers te elimineren. Laat ze daarna weer ontdooien en opdrogen.
Zaadgoed
Mansholt’s Kortstro Groene is verkrijgbaar bij:
