Naam
Oldambtster Witte
Ouderdom
niet bekend
Omschrijving
Bewaard gebleven op het Hoogeland, in stand gehouden in de Veenkoloniën en nu weer verbouwd in het Oldambt.
Geschiedenis
De Oldambtster Witte boon is een landras uit Oost-Groningen. Een landras is een gewas dat sterk verbonden is aan een bepaalde regio en dat zich door de jaren heen heeft aangepast aan de groei- of leefomgeving. Het gewas wordt uiteraard door mensen in stand gehouden, maar er vindt geen noemenswaardige selectie plaats. Een landras is dus iets anders dan een ras dat door een kweker ontwikkeld wordt om op de markt te brengen. Daarom is er vaak ook geen exact jaartal aan het ontstaan te koppelen.
Bijna was de Oldambtster Witte boon er niet meer. Het voortbestaan van de boon is te danken aan Piet Lutje uit Musselkanaal. Enkele tientallen jaren geleden was Piet voor zijn werk in Warffum, waar hij een oude man trof. Ze raakten aan de praat en al snel hadden ze het over hun gedeelde passie: moestuinen. Toen Piet over zijn bonen en snijbonen begon, lachte de oude man schamper. ‘Ach, joe hebben apmaol gain lekkere dreuge bonen doar in de Veenkoloniën,’ zei hij. ‘Ik zol joe ain goede boon loaten zain.’ De oude man ging snel naar huis en kwam terug met een handjevol bonen. ‘Dit binnen Oldambtster Widden,’ vertelde hij. ‘De allerfienste boon dij er is.’
Piet kon niet anders dan instemmen. Hij besloot de bonen ook een plekje in zijn eigen tuin te geven. Hij stak een stok in de grond en bevestigde daar een fietswiel bovenop. Vanaf het fietswiel spande hij touwen naar de grond. Zo wist hij op een oppervlakte van slechts anderhalve meter maar liefst 12 touwen te spannen, die de bonen helpen te klimmen.
Later stapte hij over op bouwhekken en begon de bonen te verkopen. Steeds meer mensen toonden belangstelling voor de boon. De Oldambtster Witte deed veel Groningers aan ‘vroeger’ deed denken. Piet’s klanten waren vooral oudere mensen die oorspronkelijk uit Groningen kwamen, maar inmiddels in andere delen van Nederland woonden en de bonen uit hun jeugd misten. Hij stuurde de bonen door heel Nederland. Het hele verhaal over Piet Lutje en de Oldambtster Witte lees je hier.
De afgelopen jaren wordt de Oldambtster Witte boon weer meer gekweekt, onder andere op Smaakboerderij Nieuw-Udengast in Bellingwolde.
Traditiegetrouw eten Groningers op Nieuwjaarsdag stamppot snijbonen. Vroeger werden daar ook kleine, witte boontjes doorheen geroerd: de Oldambtster Witte boon. Toch worden Oldambtster Witte bonen vooral gegeten als dreuge bonen, meldt Piet Lutje. Dit is in Groningen en in Ostfriesland een traditionele manier van bonen conserveren voor de winter. Dit kan alleen met weekschilbonen (bonen waarvan de gedroogde peul zacht blijft). Je oogst de bonen als ze geel beginnen te kleuren en rijgt ze vervolgens aan een draad. Hang ze aan het plafond, het liefst in de buurt van de schoorsteen. Laat de bonen op die wijze drogen. Als je ze wilt eten, moet je ze 24 uur lang weken. Dan knip je de peulen in stukjes (knipselbonen) en kook je ze. In Ostfriesland worden dreuge bonen ‘Updrögt Bohnen’ genoemd en dragen ze het predicaat ‘Nationalgericht’.
De website en Facebook van Cucina Groningana, geschreven door Niek Berendsen, meldt:
“Voordat de Dreuge Bonen eetbaar zijn, moeten ze eerst 24 uur lang weken in water. Vervolgens moeten ze nog zo’n 2 tot 3 uur koken. Daarbij wordt dan vlees meegekookt, zoals Groninger worst (droge worst, verse worst of beide) en een stuk rookspek. Daarnaast werd er vroeger ook vaak een varkenspoot meegekookt. Het bovenste deel heet ook wel een ‘Binke’ of ‘Swienhakke’ en werd, door de grootte apart gekookt, maar het nat werd weer gebruikt voor de bonen. De bonen koken dus als het ware in bouillon. Het onderste deel van de varkenspoot werd meegekookt met de bonen zelf, en hoewel er vrijwel geen vlees aan zit, geeft het wel veel smaak af. De aardappels worden er de laatste 20 tot 30 minuten meegekookt. Sommigen maken er vervolgens stamppot van, anderen houden de aardappels en bonen liever heel.”
Teelt
De Oldambtster Witte is een stokboon, dus er is ondersteuning nodig. Denk bijvoorbeeld aan een tipi gemaakt van (bamboe)stokken.
- Voorzaaien (binnen)
Zaai de bonen vanaf half april in een P9-potje. Plant ze uit nadat de kans op vorst voorbij is (half mei), ca. 3 planten rondom een stok. - Direct zaaien (buiten)
Zaai de bonen vanaf eind mei in de volle grond, op 5 cm diep. Maak twee tot drie kuiltjes rondom een stok en zaai 2 bonen per kuiltje. - Oogsten als droogboon (of zaadgoed)
Je kunt de Oldambtster Witte als droogboon eten. Laat de bonenplanten in de tuin staan tot de peulen bruin en droog geworden zijn. Oogst de bonen uit de peulen en laat ze nog even nadrogen in huis, tot ze keihard zijn. Doe ze ca. een week in de diepvries om de aanwezigheid van eventuele bonenkevers te elimineren. Laat ze daarna weer ontdooien en opdrogen.
Zaadgoed
Oldambtster Witte bonen zijn verkrijgbaar bij:
