Westerwoldse Grove

Naam
Westerwoldse Grove

Ouderdom
niet bekend

Omschrijving
Een oude, hoogstammige ‘mous’ met grof doch mals blad en een fijne smaak.Ooit een gevierde Groninger boerenkool, nu een zeldzaamheid.

Geschiedenis

De Westerwoldse Grove boerenkool is een landras. Een landras is een gewas dat sterk verbonden is aan een bepaalde regio en dat zich door de jaren heen heeft aangepast aan de groei- of leefomgeving. Het gewas wordt uiteraard door mensen in stand gehouden, maar er vindt geen noemenswaardige selectie plaats. Een landras is dus iets anders dan een ras dat door een kweker ontwikkeld wordt om op de markt te brengen. Daarom is er vaak ook geen exact jaartal aan het ontstaan te koppelen.

Groningen kende vroeger meerdere eigen boerenkoolrassen, waarvan de Westerwoldse Grove boerenkool de enige is die nog bestaat. Dit boerenkoolras kwam in de jaren veertig van de vorige eeuw op de markt en werd vooral geteeld in Westerwolde, in het zuidoosten van de provincie Groningen. De Westerwoldse Grove is een hoge plant met lange stengels. Sterker nog: in de jaren vijftig was de Westerwoldse Grove de hoogste boerenkool die in Nederland bekend was. Maar hoge planten waren niet geschikt voor machinale oogst en grootschalige teelt. Daarom werd de boerenkool vooral nog in moestuinen geplant en niet meer geteeld door boeren. Groningers hadden vroeger grote hoeveelheden mous in de moestuin staan. Sommige boerderijen hadden zelfs een eigen ‘moustoene’ op het erf: een aparte tuin voor de boerenkool.

Opvallend aan de Westerwoldse Grove is het blad, dat heel grof is en niet te vergelijken met het fijngekrulde blad dat we nu gewend zijn. Daardoor werd gedacht dat de grove bladeren beter geschikt waren als kippen- en konijnenvoer. De structuur is echter zacht en de smaak fijn. Uiteindelijk werd de Westerwolde Grove niet meer geteeld en is deze boerenkool in de vergetelheid geraakt.

Groningers noemen boerenkool ‘mous’. Boerenkool vind je in Groningen terug in de taal, verhalen, culinaire tradities en volksgebruiken. Er zijn ook best veel spreekwoorden met ‘mous’, die vreemd genoeg vooral op kinderen van toepassing zijn. ‘Hai het ain onder ’t mous loopm’ betekent ‘hij is de vader van een onecht kind’. En een kind dat ‘onder t mous vonden is’, is een vondeling of onecht kind. Over kinderen gesproken: weet je nog dat toen je als kind naar de maan keek, je een gezichtje zag? Of een figuurtje? Het mannetje in de maan. Dat is, volgens een bekend Groninger volksverhaal, de ‘mouskeerl’. Hij heeft mous gestolen en is voor straf naar de maan gestuurd. Als je goed kijkt, zie je hem met een ‘schuddel vol mous’ staan.

Groningers aten stamppot mous vroeger vooral met spek en spekvet. Spekvet wordt in Groningen ook wel ‘stip’ genoemd en gebruikt als een soort jus. ‘Mous mit stip’ is dan ook voor veel Groningers een begrip. Bovendien wordt Groningse stamppot mous gegeten met metworst en gort. Sterker nog, in de omgeving van Winschoten werden er traditioneel niet eens aardappelen worden gebruikt, enkel gort. Niet alleen mensen waren dol op mous. Ook het paard van Sinterklaas at graag mous. Zodra de goedheiligman in Nederland was gearriveerd, werd in Groningen geen schoen, maar een bord voor de kachel gezet. Daarop lag geen wortel, maar mous voor het paard. Hij at ook graag de ‘mousstommel’: de stronk van de boerenkool.

Teelt

  • Voorzaaien (binnen)
    Zaai de kolen vanaf half mei in een zaaitray, bakje of potje met zaai- en stekgrond. Houd de aarde vochtig en zet op een zonnige plek, bijvoorbeeld op de vensterbank. Zodra het plantje naast de kiemblaadjes nog twee extra blaadjes heeft, plant je de zaailing voorzichtig in een groter potje gevuld met potgrond. Houd de grond vochtig.
  • Uitplanten
    Plant de kolen vanaf juli uit in de volle grond, op ongeveer 50 x 50 centimeter. Geef ze een beetje voeding mee. In verband met koolwitjes, vogels en slakken, kun je de kolen het beste afdekken met gaas of vliesdoek. Kolen zijn hongerige planten; afhankelijk van jouw grondsoort moet je ze regelmatig bijmesten.
  • Oogsten
    Afhankelijk van wanneer je de kolen gezaaid en uitgeplant hebt, kun je vanaf oktober de eerste boerenkoolbladeren oogsten. Oogst van beneden naar boven en laat de plant staan. Die maakt gedurende de herfst- en wintermaanden steeds nieuw blad aan.
  • Zaadgoed oogsten
    Kolen zijn tweejarig, dus het duurt even voor je zaden kunt oogsten. Kies een paar kolen uit waar je zaden van wilt oogsten en laat die in de tuin staan. In de herfst kun je het gaas of vliesdoek verwijderen. Het volgende voorjaar zullen de kolen in bloei schieten en vervolgens kun je in de zomer de zaden oogsten.   

Zaadgoed